Bijzinnen: weil, dass, wenn

A2 Nebensätze: weil, dass, wenn 28 / 52

In het kort

Een bijzin (Nebensatz) begint met een onderschikkend voegwoord (weil, dass, wenn, ob) en duwt de persoonsvorm helemaal naar het einde. Een komma verbindt de twee zinnen altijd.

De regel

Een hoofdzin houdt het werkwoord op de tweede plaats (V2). Een bijzin is anders: het onderschikkend voegwoord neemt de eerste plaats in, en de persoonsvorm verhuist helemaal naar het einde van de zin.

De belangrijkste voegwoorden op niveau A2:

VoegwoordBetekenisGebruik
weilomdatgeeft een reden
dassdatgeeft een feit, mening of gevoel weer
wennals/wanneervoorwaarde of herhaalde tijd
obofopen ja/nee-vraag

Twee zinnen, altijd een komma ertussen:

Ich bleibe zu Hause, weil ich krank bin. Ich weiß, dass du recht hast. Ich weiß nicht, ob er kommt.

Als de bijzin voorop staat, vult die plaats 1 van de hele zin, waardoor de hoofdzin moet inverteren: het werkwoord springt vóór het onderwerp. Het resultaat is twee werkwoorden die elkaar bij de komma ontmoeten — „werkwoord, werkwoord”:

Wenn es regnet, bleibe ich zu Hause. Weil ich krank bin, bleibe ich zu Hause.

Een scheidbaar werkwoord splitst niet in een bijzin — het voorvoegsel en de stam voegen zich weer samen tot één woord aan het einde:

Ich bin müde, weil ich früh aufstehe. (niet auf … stehe)

Vormen en patronen

Hoofdzin (V2) tegenover bijzin (werkwoord aan het eind):

Typebeginplaats 2resteinde
Hoofdzin (V2)Ichbleibezu Hause.-
Bijzinweilichkrankbin

Bijzin eerst -> hoofdzin inverteert:

Bijzin,hoofdzin
Weil ich krank bin,bleibe ich zu Hause.

Bij een modaal werkwoord of Perfekt staat de persoonsvorm nog steeds aan het einde van de zin, na de infinitief of het deelwoord:

PatroonVoorbeeld
modaal…, weil ich morgen arbeiten muss.
Perfekt…, weil ich zu viel gegessen habe.

Voorbeelden

DeutschNederlands
Ich trinke Tee, weil ich krank bin.Ik drink thee omdat ik ziek ben.
Sie sagt, dass sie morgen kommt.Ze zegt dat ze morgen komt.
Wenn das Wetter schön ist, gehen wir spazieren.Als het mooi weer is, gaan we wandelen.
Ich weiß nicht, ob der Bus fährt.Ik weet niet of de bus rijdt.
Weil ich keine Zeit habe, koche ich heute nicht.Omdat ik geen tijd heb, kook ik vandaag niet.
Er ist froh, dass du ihm hilfst.Hij is blij dat je hem helpt.
Ich bin müde, weil ich früh aufstehe.Ik ben moe omdat ik vroeg opsta.
Wenn ich Geld habe, kaufe ich ein Auto.Als ik geld heb, koop ik een auto.

Veelgemaakte fouten

  • Ich bleibe zu Hause, weil ich bin krank. -> …, weil ich krank bin. — weil stuurt het werkwoord naar het einde (dat is het verschil met denn).
  • Ich weiß dass du kommst. -> Ich weiß, dass du kommst. — laat de komma voor het voegwoord nooit weg.
  • Weil ich krank bin, ich bleibe zu Hause. -> …, bleibe ich zu Hause. — na een vooropgeplaatste Nebensatz komt het werkwoord van de hoofdzin eerst (inversie).
  • …, weil ich früh auf stehe / stehe … auf. -> …, weil ich früh aufstehe. — scheidbare werkwoorden blijven samen aan het einde.
  • Ich glaube, das du recht hast. -> …, dass du recht hast. — het voegwoord is dass (dubbele s), niet het lidwoord das.
  • …, weil ich muss arbeiten. -> …, weil ich arbeiten muss. — de vervoegde modale werkwoordsvorm komt als laatste, na de infinitief.

Tips

  • Geheugensteuntje: een onderschikkend voegwoord „schopt het werkwoord naar het einde”. Zoek het werkwoord en sleep het naar achteren.
  • weil betekent hetzelfde als denn, maar de grammatica verschilt: weil zet het werkwoord aan het eind, denn houdt de normale V2-woordvolgorde aan (zie les 17).
  • Nebensatz eerst? Let op „werkwoord, werkwoord” bij de komma — dat is je controle.
  • Gebruik ob (niet wenn) voor open ja/nee-vragen: Ich frage, ob es regnet (of), tegenover wenn es regnet (als/wanneer het wel gebeurt).