Continuous: aan het + infinitive

A2 Aan het + infinitief (duurvorm) 32 / 48

In short

Dutch has no separate “-ing” tense. To stress that an action is in progress you use zijn + aan het + infinitive (Ik ben aan het werken = I am working), or a posture verb zitten/staan/liggen/lopen + te + infinitive. The past simply swaps ben/is/zijn for was/waren.

The rule

The plain present tense already covers both “I work” and “I am working” (see lesson 1). Use the duurvorm (continuous form) only when you really want to highlight that something is happening right now / ongoing.

Three main ways:

  1. zijn + aan het + infinitive - the neutral, all-purpose option.

    • Ik ben aan het koken. = I am cooking.
    • A direct object comes before aan het: Ik ben de soep aan het proeven. (I am tasting the soup.)
    • The infinitive stays whole, even for separable verbs: Ik ben de tv aan het uitzetten.
  2. zitten / staan / liggen / lopen + te + infinitive - same meaning, but adds the real body posture (or, with lopen, often a touch of irritation).

    • Hij zit te lezen. = He is (sitting) reading.
    • Ze staan te wachten. = They are (standing) waiting.
  3. bezig zijn (met) - stresses being busy / occupied with a task.

    • Ik ben bezig met de afwas. (+ noun) = I’m busy with the dishes.
    • Ik ben bezig een brief te schrijven. (+ te-infinitive)

Past: just use the past of zijn (was/waren) or of the posture verb: Ze waren aan het eten. / Hij zat te lezen.

Forms & patterns

zijn + aan het + infinitive

PersoonTegenwoordige tijdVerleden tijd
ikben aan het werkenwas aan het werken
jij / ubent aan het werkenwas aan het werken
hij / zij / hetis aan het werkenwas aan het werken
wij / jullie / zijzijn aan het werkenwaren aan het werken

posture verb + te + infinitive

WerkwoordVoorbeeldNuance
zittenHij zit te lezensitting
staanZe staat te kokenstanding
liggenIk lig te slapenlying
lopenHij loopt te klagenwalking / ongoing (often annoyance)

bezig zijn

VormVoorbeeldEnglish
bezig zijn met + nounIk ben bezig met mijn huiswerk.I’m busy with my homework.
bezig zijn (met) te + infinitiveIk ben bezig de auto te wassen.I’m busy washing the car.

Word order: the conjugated zijn / posture verb sits in the V2 slot; aan het + infinitief (or te + infinitief) goes to the end. In a subordinate clause everything moves back: …, terwijl ik aan het werken was.

Examples

NederlandsEnglish
Ik ben aan het werken, bel me later.I am working, call me later.
Ze waren aan het eten toen ik belde.They were eating when I called.
Wat ben je aan het doen?What are you doing?
Hij zit te lezen in de tuin.He is reading in the garden.
De kinderen staan te wachten op de bus.The children are waiting for the bus.
Ik ben een brief aan het schrijven.I am writing a letter.
We zijn bezig met het project.We are busy with the project.
Oma lag te slapen op de bank.Grandma was sleeping on the couch.

Common mistakes

  • Ik ben werkend. -> Ik ben aan het werken. - Dutch does not use the present participle (-end) for “I am …-ing”.
  • Ik ben aan werken. -> Ik ben aan het werken. - never drop het; the fixed phrase is aan het.
  • Ik ben aan het te werken. -> Ik ben aan het werken. - no te after aan het; it is just the bare infinitive.
  • Ik ben aan het lezen een boek. -> Ik ben een boek aan het lezen. - the object goes before aan het, not after the infinitive.
  • Hij zit lezen. -> Hij zit te lezen. - posture verbs (zitten/staan/liggen/lopen) need te + infinitive.
  • Ik ben bezig met te schrijven een brief. -> Ik ben bezig een brief te schrijven. - object before te, and met is optional before a te-clause.

Tips

  • Default to the plain present (lesson 1); reach for the duurvorm only to stress “right now / still going on”.
  • aan het is the safe, neutral choice - use it whenever you are unsure which form fits.
  • Pick zitten/staan/liggen only when the posture is really true (someone sitting, standing, lying). lopen te + inf often carries mild annoyance: Hij loopt te zeuren. (He keeps whining.)
  • In the perfect, posture verbs drop the te and use a double infinitive: Ik heb de hele dag zitten werken. (I’ve been working all day.) - more on such clusters in lesson 47.