Voorzetsels van tijd
A1 Prepositions of time 16 / 50
In het kort
We gebruiken at voor kloktijden, on voor dagen en data, en in voor langere periodes (maanden, seizoenen, jaren, dagdelen). Bij woorden als today, tomorrow, yesterday en this / next / last + tijd gebruiken we geen voorzetsel.
De regel
De drie belangrijkste voorzetsels van tijd worden steeds kleiner, van in naar at:
| Voorzetsel | Gebruik het voor | Voorbeelden |
|---|---|---|
| at | kloktijden, feestdagen, night, (BrE) the weekend | at 6 o’clock, at noon, at Christmas, at night, at the weekend |
| on | dagen en data, genoemde ochtenden/middagen | on Monday, on 5 May, on my birthday, on weekdays, on Monday morning |
| in | maanden, seizoenen, jaren, eeuwen, dagdelen | in July, in summer, in 2024, in the 21st century, in the morning |
Een handig ezelsbruggetje: in = een lange doos (jaar, maand, dagdeel) -> on = een dag op de kalender -> at = een exact punt (een kloktijd).
Geen voorzetsel
Zet geen voorzetsel voor deze tijdwoorden:
| Woordgroep | Goed | Fout |
|---|---|---|
| today, tomorrow, yesterday | I’ll call you tomorrow. | |
| this / next / last + tijd | I saw her last week. | |
| every + tijd | We meet every Monday. |
Andere nuttige tijdwoorden
| Woord | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| for | hoe lang (een duur) | for two hours, for three days |
| since | het startpunt van iets | since 2010, since Monday |
| during | binnen een periode / gebeurtenis | during the lesson, during the summer |
| from … to / until / till | van startpunt tot eindpunt | from 9 to 5, from Monday until Friday |
| by | niet later dan (een deadline) | by 6 o’clock, by Friday |
| ago | een tijd terug vanaf nu (komt achteraan) | two days ago, a week ago |
Vormen en patronen
Een handig contrast: in the voor dagdelen, maar on zodra je de dag noemt.
| Dagdeel alleen | Met een genoemde dag |
|---|---|
| in the morning | on Monday morning |
| in the afternoon | on Friday afternoon |
| in the evening | on Saturday evening |
| maar: at night | on Sunday night |
for vs since (volledig behandeld in les 25):
| Woord | Antwoorden | Voorbeeld |
|---|---|---|
| for + tijdsduur | ”How long?” | I have lived here for five years. |
| since + een tijdstip | ”Since when?” | I have lived here since 2019. |
ago komt na de tijdsaanduiding, met een werkwoord in de verleden tijd: I met him three years ago.
Voorbeelden
| English | Opmerking |
|---|---|
| The film starts at 8 o’clock. | at + exacte kloktijd. |
| We visit family at Christmas. | at + een feestdag. |
| I read a little at night. | Vaste uitdrukking: at night. |
| My exam is on Monday. | on + een dag van de week. |
| She was born on 12 March. | on + een datum. |
| It often rains in April. | in + een maand. |
| We moved here in 2021. | in + een jaar. |
| I get up early on Monday morning. | Genoemde dag -> on, niet in the morning. |
| I’ll be ready by seven. | by = niet later dan zeven uur. |
| They talked for an hour. | for + een tijdsduur. |
Veelgemaakte fouten
- in Monday -> on Monday — dagen nemen on, niet in.
- on the morning -> in the morning — dagdelen nemen in (maar on Monday morning).
- at July -> in July — maanden nemen in.
- in last week -> last week — geen voorzetsel bij this / next / last.
- since two hours -> for two hours — for = een tijdsduur; since = een startpunt.
- He left before two hours -> He left two hours ago — gebruik ago voor tijd teruggerekend vanaf nu.
Tips
- Steeds kleiner: in (maanden, jaren, seizoenen) > on (losse dagen, data) > at (exacte tijden). Hoe kleiner de tijd, hoe kleiner het woord.
- Leer deze als vaste uitdrukkingen: at night, in the morning / afternoon / evening, at the weekend (BrE) / on the weekend (AmE).
- Zodra er een dagnaam bij komt, schakel je over op on: in the evening maar on Tuesday evening.
- for hoort bij how long? en since hoort bij since when? — ze horen van nature bij de present perfect (les 25).